header

Geschiedenis

Het ontstaan van Moretus schaakkring situeert zich in december 1960. Als erevoorzitter van een plaatselijke muziekfanfare komt Dr. F. Lauwers, een in Hoboken bekende figuur, op het idee tijd tijdens de repetities te doden met een partijtje schaak. Oorspronkelijk wordt er gestart met een negental enthousiastelingen, maar al in 1961-’62 groeit hun aantal, mede door het samensmelten met de lokale K.W.B.-schaakkring, aan tot een twintigtal. De eerste jaren is er geen sprake van ernstig competitieschaak, de vriendenkring primeert. Tekenend voor deze pioniersmentaliteit is het feit dat er pas vanaf 1963 een officiële clubkampioen is en dat de stichter-erevoorzitter F. Lauwers de organisatie en de leiding van de club nog volledig op zich kan nemen. Vanaf 1965-’66 wordt het echter ernst. Het eerste nummer van het clubblad ‘De Zwarte Pion’ ( 15 december 1965 ) wordt onder impuls van L. Verbakel boven de doopvont gehouden. De titel is doelbewust gekozen en wijst erop hoe het eerste echte bestuur zichzelf noemt :’de nederigste aller schaakploegen’. De club gaat nu echter ook naar buiten komen. Een ontmoeting met de Borgerhoutse schaakkring ‘Mat of Pat’ wordt met 4-7 zegevierend besloten. In 1966 wordt voor de eerste maal deelgenomen aan het Zilveren Toren-toernooi. Ondanks het bescheiden karakter van de club brengen de twee Moretusploegen het er niet onaardig vanaf : een derde en een vijfde plaats in respectievelijk derde en vierde klasse. Ook op organisatorisch vlak doet Moretus het verre van slecht. Eind 1963 wordt gestart met een eigen puntensysteem, daarin vanaf december 1966 gevolgd door de Belgische Schaakbond. In 1966 wordt begonnen met een jeugdafdeling. Toch blijft in de eerste jaren het gezelligheidsaspect primeren, zo wordt in De Zwarte Pion een oproep gedaan om niet-schakers mee naar de club te brengen, wat de sfeer ten goede moet komen. 1967 is andermaal een belangrijk groei-jaar. Naar aanleiding van het dubbele lidmaatschap van T.Lavet bij bedrijfsschaakclub Cockerill-Yards en bij Moretus, wordt besloten een soort twee-eenheid tussen de kringen te sluiten. Beide verenigingen blijven onafhankelijk van elkaar bestaan en schaken zelfs in verschillende lokalen. Spelers van Moretus komen echter uit in de Antwerpse handelscompetitie, terwijl de spelers van Cockerill voor Moretus schaken in de Zilveren Toren. Pas in 1969 komt het tot een daadwerkelijke fusie door de verhuis naar een nieuw gemeenschappelijk lokaal ( Marneflaan 3 ) en een nieuwe speeldag. Tot 1966 wordt er alle weken op woensdag geschaakt, vanaf 1967 is er alle weken clubavond maar afwisselend in het lokaal van Moretus en van Cockerill. Het nieuwe ruimere lokaal en de nieuwe speeldag ( vrijdagavond ) symboliseren als het ware de groei naar volwassenheid van de schaakvereniging. Omstreeks 1968 wordt gestart met een schaakbibliotheek die tot op vandaag verder wordt uitgebouwd. 1970 is een waar triomfjaar voor Moretus. Het Zilveren Toren-toenooi wordt gewonnen, de vereniging telt 56 leden waaronder enkele Belgische topspelers, o.a. J. Moeyersons, de latere Belgische Kampioen (1974) en H. Van Damme die in 1971 nationaal kampioen briefwisselingsschaak bij de juniores zal worden. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de kring wordt een nationaal schaaktoernooi voor ploegen ingericht ( 25 april 1970 ) dat gewonnen wordt door de gerenommeerde club K.A.S.K. Nog in 1970 wordt P. De Bruyn voorzitter om in 1973 plaats te ruimen voor de huidige voorzitter J. Janssens. Het is duidelijk dat Moretus een sterke schaakvereniging geworden is, een begrip in het Antwerpse. Spelers van Moretus strijden op diverse vlakken mee om de hoogste schaakeer : op de Antwerpse ligakampioenschappen worden de eerste drie plaatsen in tweede klasse ingenomen door Moretusspelers, tewijl ook in de hoogste reeks clubgenoten mee aan de kop staan. In 1974 heeft de vereniging ook een nationaal kadettenkampioen, terwijl ook internationaal meester correspondentieschaak E. De Keyser de rangen van de club komt vervoegen. De eerste helft van de jaren zeventig kent de vereniging een periode van hoogconjunctuur : de clubkampioenschappen worden op een hoog niveau betwist en kunnen rekenen op ruime belangstelling. Na deze tijd van weelde komt echter een kortstondige periode van verval ( 1976 – ‘78 ). Hoewel er op organisatorisch vlak weinig aan de hand is, stagneert het aantal leden en doet er zich een zekere verzadiging voor. Een aantal sterke spelers verlaten de club en ook bij de andere leden is er een opmerkelijk gebrek an enthousiasme en bezieling. Dieptepunt in dat opzicht is zeker 1978 : Moretus trekt zich terug uit het Zilveren Toren-toernooi. Op het door de vereniging zelf georganiseerde ‘Lentetornooi’ verschijnen slechts vier eigen spelers terwijl zes man het minimum is om een ploeg te vormen. Vanaf 1978 echter heeft de vereniging deze groeicrisis overwonnen. De kring telt meer aktieve leden dan ooit en de verhuis naar het huidige ruime en moderne lokaal bewijst dat schaakvereniging Moretus-Hoboken terug springlevend is. De club kan nu bovendien alle dagen over speelruimte beschikken zodat er zondagvoormiddag door H. Ex aan degelijke jeugdopleiding gedaan kan worden. Daarenboven zijn verschillende leden, na het volgen van de vereiste V.S.F.-cursussen, gepromoveerd tot gediplomeerde scheidsrechters. In het seizoen 1980-’81 komen de sterkste spelers van het kleine Hobokense clubje ‘De Zwarte Dame’ ook bij schaakkring Moretus spelen. Tenslotte komt de ganse vereniging mee en uiteindelijk wordt ‘De Zwarte Dame’ door moretus opgeslorpt. Het schaakniveau van de kringleden stijgt nu ook gestadig. Omstreeks 1980 diende er bijvoorbeeld in het Zilveren Toren-toernooi in eerste afdeling nog gevochten te worden tegen de degradatie. In 1985 strijdt de club mee om de eerste plaats. Een ander belangrijk initiatief komt in februari 1981, onder impuls van M. Deckmyn, tot stand. Een tweewekelijks informatieblaadje ‘Moretus-Info’ ziet het daglicht. Uitslagen van clubkampioenschappen, bekerwedstrijden, Zilveren Toren, interclubs etc. Worden hierin gepubliceerd. In ‘De Zwarte Pion’ is daardoor meer ruimte voor achtergrondinformatie, schaakgeschiedenis en andere gebeurtenissen op schaakgebied. Diverse schaakactiviteiten werden in de loop van de voorbije vijfentwintig jaar ontplooid. Traditioneel is er het clubkampioenschap, vanaf 1964 betwist in verschillende klassen volgens speelsterkte. Sinds 1980 wordt van wal gestoken met een Moretus-Beker, een open tornooi ( zonder opdeling in klassen ) waaraan de meeste clubleden deelnemen. De eerste vijf edities worden gewonnen door H. Van Damme. Zo’n drie à vier Moretusploegen nemen deel aan de Zilveren Toren, terwijl er twee à drie ploegen schaken in de nationale interclubcompetitie ( derde en vijfde afdeling ). In de zwarte pion verschijnt een zogenaamde ladderwedstrijd, waardoor ook de liefhebbers van het probleemschaak aan hun trekken komen. Ook briefwisselingsschaak wordt door een Moretusploeg en door een aantal leden individueel beoefend.

Uit de jubileum-brochure "Schaakkring Moretus 1960-1985"